Ik bespreek in dit hoofdstuk eerst de opslag van laagradioactief afval in België

Ik bespreek in dit hoofdstuk eerst de opslag van laagradioactief afval in België. Aan het einde van dit hoofdstuk komt de verwerking van een speciaal soort laagradioactief afval, namelijk TENORM (Technologically Enhanced Naturally Occurring Radioactive Materials). Hier geef ik weer dat niet altijd op dezelfde manier en onder dezelfde regels gewerkt wordt in alle lan-den.
Wanneer de vaten laagradioactief afval aankomen met speciale hiervoor voorziene vrachtwagens, zijn ze voorzien van een streepjescode met de gegevens over waar het afval vandaan komt, wat het is, welk soort straling, hoeveel activiteit, …. Deze info is verplicht aanwezig want anders zal men het niet verwerken. De informatie wordt doorgegeven door de bedrijven waarvan het afval afkomstig is.
• Bij de eerste stap wordt het afval gewogen en wordt de straling gemeten. Dit doet men om te controleren of het overeenkomt met de doorgegeven informatie.
• Vervolgens wordt het vervoerd naar een speciale oven waarin het afval verbrand kan worden, hierin kan men zowel vast als vloeibaar radioactief afval verbranden. Dit is nodig om het volume van het afval te verkleinen.
• Als dit gebeurd is, worden al de assen verzameld en in vaten van 200 liter geplaatst.
• Deze vaten worden vervolgens samengeperst tot veel dunnere “galetten” die men in een groter vat van 400 liter kan stapelen.
• Als dit vat volgestapeld is, cementeren ze het vat. Dit betekent dat men het vat volledig opvult met cement en mortel om al de radioactieve straling bijna volledig af te schermen.